Het alledaagse verheffen tot kunst is wat ik doe in mijn werk. De objecten, afbeeldingen en teksten die ik hiervoor gebruik zijn zo gewoon, iedereen kent ze of heeft er associaties mee. Door ze in een andere context te plaatsen geef ik ze status. De status en autoriteit van een kunstwerk. De inhoud lijkt in eerste instantie banaal en inhoudsloos. Maar deze leegte vormt de basis voor een nieuwe inhoud.
Ik gebruik de vormen van alledaagse objecten en werk deze uit in strakke, klinische en esthetische twee- en driedimensionale ‘figuren’. Daarbij gebruik ik alleen de niet-kleuren zwart en wit om het geheel zo neutraal mogelijk te houden. Kleur wekt alleen maar associaties op waar men betekenis aan kan ontlenen. Dat is niet de bedoeling; het is wat het is.
Ook het gebruik van acrylverf in mijn schilderijen is een bewuste keus. ‘Echte’ schilders gebruiken namelijk olieverf, en ik ben geen schilder, sterker nog: ik kan niet schilderen! Mijn werk is gemakkelijk te reproduceren, iedereen kan ‘mijn’ werk maken omdat de objecten zijn teruggebracht tot simpele vormen waarin persoonlijk handschrift en kunstenaarstoets niet belangrijk is. De ruimtelijke objecten kopieer ik zelfs letterlijk. Hiermee breek ik met de romantische verheerlijking van de kunstenaar die ambachtelijke en unieke werken maakt. Het kunstwerk en kunstenaarschap degraderen hiermee. Het object daarentegen krijgt opnieuw status en autoriteit. Het alledaagse wordt verheven tot kunst.





